Voetbalvaderverhalen #1

Het fascineert me nog altijd wat voetbal in de positieve zin met mensen kan doen. Enige jaren geleden schreef ik er zelfs een paar columns (de rode afbeeldingen onder) over onder pseudoniem Godfried van Boeion.

Als dan onverwacht in 2012 je bloedeigen zoon voor dé club van Nederland mag uitkomen en ‘het clubblad’ zoekt artikelen, dan laat een tekstschrijvende voetbalvader (en bovendien voetballende tekstschrijver) die kans niet onverzilverd.

De titel ‘De Feyenoord Mansion… puur genot’ spatte helaas uiteen op de lat. De redactie van Feyenoord Magazine koos liever voor een verdedigend ‘Clara en Feyenoord’. Maar het eerbetoon aan de jongste telgen van de Feyenoord Academy werd er niet minder om. Gewoon omdat ik apetrots op je ben, Ivar. Ik heb de bevroren tenen op Varkenoord er graag voor over. Ik hou van je. 

De Feyenoord Mansion, puur genot

Zomaar een dinsdag in november. Rennen en vliegen na schooltijd. Vlug een bord in de magnetron of een snelkookhap in de pan om een bodem te leggen. Een glas melk er achteraan en – hup – de auto in. Over een uur moeten we er zijn. Wat een pokkeweer trouwens.

Als het aan Ivar ligt eet hij een boterham onderweg. “Dan heb ik meer tijd om te voetballen.” Zo snel hij kan pakt hij z’n tas, speert naar het kunstgrasveld en mengt zich tussen z’n voetbalmaatjes van F3/F4 als we op Varkenoord aankomen. “We hebben nog tien minuten. Yes!”

Ingepakt in een dikke winterjas, shawl, muts, boots en thermosokken begeef ik me naar de kantine. M’n avondeten, deze keer een ontbijtkoek en een appel, gaat mee in een plastic tasje.  Vanonder mijn paraplu zie ik Nick, Vince,Ty-Shaun, Lars en Maxwell achter een bal aanrennen. Ivar staat op z’n vaste stek: tussen de doelpalen. De regen komt nog steeds met bakken uit de hemel. Maar het deert de jongens niet. Hoor ze eens giebelen.

 “Tiiiijjd,” roept trainer Gerard klokslag 17.00 uur. Een half woord is genoeg. De boys speren naar de kleedkamer om zich klaar te maken voor de training. Intussen warm ik me – met de andere vaders en moeders – op in de kantine. Onder het genot van een bakkie vertellen we elkaar mooie en stoere voetbalverhalen.

Na een half uur mogen we. Eindelijk. We verruilen de koffie voor kou en zetten koers richting het trainingsveld. De vaders worden kerels en kruipen in hun jassen. De dames? Die hoor je eigenlijk niet. Ik snap het ook wel. Een van hen heeft altijd de primeur: Clara. Zij is stille getuige van de trainingsstrategie. Als eerste weet zij hoe de pionnen, dopjes en doelen komen te staan. Ze ziet ook meestal als enige ‘de leraren en hun klasje’ het trainingsveld betreden. Een groep jonge honden, die niets liever doet dan voetballen. Wat een waanzinnige oude dag moet zij hebben. Niet zo’n dametje dat achter de geraniums wegkwijnt, maar een paar keer per week een stel van die lekkere kerels in haar tuin heeft rondlopen.  Het plezier, maar ook het zweet, spat er vanaf. Een soort Feyenoord-Mansion. Menig meid die daarvoor tekent.

Na anderhalf uur bikkelen is het tijd voor “appeltaart,” grapt trainer Ronald. Want de jongens hebben “potjandozie” niet binnen tien tellen de ballen in de zak gedaan. Hij geeft een vette knipoog naar de kant. Maar laat Maurits nu een appeltaart geregeld hebben. “Gewoon. Omdat u dat altijd zegt,” glundert hij trots.

Voor de Feyenoord Academy is genieten niet genoeg. Het gaat om puur genot. Voor alles en iedereen. Niet alleen voor ouders, opa’s, oma’s, broers, zussen, trainers en begeleiders. Ook voor Clara. Want je leeft maar één keer. We kunnen haar soms wel schieten voor de schaduw die ze over het veld werpt. Er lijkt geen eind aan te komen. Maar we gunnen het zelfs haar. Want hé, ze kan geen kant op. Wat verwacht je dan van een ex-ziekenhuisgebouw? En wat kan het ons eigenlijk schelen; onze zonnetjes lopen daar. Weer of geen weer.

Meer voetbalvaderverhalen...

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *